Synth Lab.
Leer de belangrijkste instellingen van een synthesizer. Pas ADSR-envelopes aan met sliders, ontdek hoe de grafieken veranderen en hoor direct het resultaat met de ingebouwde synthesizer.
ADSR-envelope-lab
Attack is de tijd totdat het maximale niveau wordt bereikt. Decay is de tijd waarin het niveau terugloopt naar Sustain. Sustain is het niveau zolang je de toets ingedrukt houdt. Release is de uitklinktijd nadat je de toets loslaat. Kies een preset of stel de sliders zelf in.
De grafiek toont een noot die 1,5 seconde wordt vastgehouden. Speel een toets om de envelope te horen.
Test de envelope met geluid
Houd een toets ingedrukt om Sustain te horen en laat los om Release te testen. Op een computer kun je ook A, S, D, F, G, H en J gebruiken. Klik of tik eerst op een toets om het geluid te activeren.
Filter & resonantie
Een filter bepaalt de klankkleur. Een low-passfilter dempt hoge frequenties, een high-passfilter dempt lage frequenties, een band-passfilter laat een frequentiegebied door en een notchfilter haalt juist een smal gebied weg. Cutoff bepaalt de grensfrequentie; resonantie benadrukt frequenties rond die grens.
Deze filterinstellingen beïnvloeden ook de synthesizer in het ADSR-lab. Speel op de toetsen om het verschil te horen.
LFO & temposynchronisatie
Een LFO laat een parameter periodiek veranderen. Koppel hem aan de toonhoogte voor vibrato, aan het volume voor tremolo of aan het filter voor een sweep. Met Sync volgt de LFO-snelheid het tempo van je Ableton-project.
Retrigger start de LFO bij iedere nieuwe noot opnieuw. Phase bepaalt de beginpositie. Fade-in laat de modulatie geleidelijk opkomen. Free / Hz werkt onafhankelijk van het projecttempo.
Oscillatoren
Sinus
Zuiver en rond, met vrijwel geen boventonen. Ideaal voor subbass.
Zaagtand
Rijk aan boventonen. Ideaal voor leads, trance en synth-brass.
Blokgolf
Hol en krachtig. Geschikt voor retro-leads en basgeluiden.
Driehoek
Zacht, met iets meer karakter dan een sinusgolf.
| Instelling | Wat doet deze instelling? |
|---|---|
| Pitch / Tune | Verandert de toonhoogte. |
| Octaaf / Halve toon | Verplaatst de toonhoogte per octaaf of halve toon. |
| Fine Tune | Stemt de toonhoogte heel nauwkeurig af, meestal in cents. |
| Detune | Stemt oscillatoren of stemmen iets uit elkaar voor een breder geluid. |
| Unison | Stapelt meerdere oscillatorstemmen. |
| Pulsbreedte | Verandert de pulsbreedte en daarmee de klankkleur. |
| FM | Een oscillator moduleert de frequentie van een andere. |
| Ruis / Sub | Voegt ruis of een extra laag gestemde oscillator toe. |
Andere belangrijke synth-controls
Filter-envelope
Een tweede ADSR-envelope die de filter-cutoff kan moduleren. Envelope Amount bepaalt de sterkte. Een korte decay en lage sustain zorgen voor de klassieke funky bas-wah.
Modulatiematrix
Verbindt modulatiebronnen zoals LFO, velocity, aftertouch en modwheel met bestemmingen zoals pitch, filter, pan en volume. Mod Amount bepaalt de sterkte.
Glide / Portamento
Laat de toonhoogte van de ene naar de andere noot glijden. Glide Time bepaalt de overgangstijd; Legato kan het effect beperken tot overlappende noten.
Mono / Poly / Voices
Mono speelt één noot tegelijk; Poly speelt meerdere noten tegelijk. Voice Drift en Pan Spread zorgen voor subtiele variatie en stereobreedte.
Pitch Bend
Verandert de toonhoogte tijdens het spelen. Pitch Bend Range bepaalt het bereik, bijvoorbeeld ±2 of ±12 halve tonen.
Arpeggiator & sequencer
Een arpeggiator speelt akkoordtonen na elkaar. Met een stepsequencer programmeer je noten of parameterbewegingen; Gate bepaalt de nootlengte.
Chorus, delay en reverb
Chorus maakt het geluid breder, delay voegt herhalingen toe en reverb creëert ruimtelijkheid. Dry/Wet mengt het oorspronkelijke en het bewerkte geluid.
Drive, saturatie en EQ
Drive en saturatie voegen harmonischen toe; EQ verandert de frequentiebalans. Een compressor beïnvloedt de dynamiek.
Phaser / Flanger
Bewegende fase- en kamfiltereffecten voor levendige klanken.
Key Tracking
Laat de filter-cutoff meebewegen met de toonhoogte van de gespeelde noot.
Sample & Hold
Houdt een nieuwe, vaak willekeurige modulatiewaarde vast tot het volgende samplemoment.
Hard Sync / Wavetable
Bij Hard Sync reset de ene oscillator een andere. Wavetable Position beweegt tussen verschillende golfvormen.
Startinstellingen voor sounddesign
| Parameter | Deep-house-bas | Pluck-lead | Sfeervolle pad |
|---|---|---|---|
| Oscillator | Zaagtand + sub | Zaagtand / blokgolf | 2× zaagtand |
| Attack | 0–5 ms | 0–10 ms | 500–1500 ms |
| Decay | 150–300 ms | 200–500 ms | 1–2 s |
| Sustain | 0–30% | 0–20% | 70–100% |
| Release | 80–150 ms | 150–400 ms | 2–5 s |
| Cutoff | 150–800 Hz | 1–5 kHz | 1–4 kHz |
| Unison | 1–2 | 2–4 | 4–8 |
| Reverb | Minimaal | Subtiel | Ruimtelijk |
Dit zijn uitgangspunten, geen universele presets. Iedere synthesizer reageert anders.